dinsdag 21 mei 2013

Leesverslag klas 5: De donkere kamer van damokles


Wat waren onze verwachtingen? In welke mate zijn deze uitgekomen?
Onze verwachting van het boek was dat het een spannend boek zou zijn. Toch konden we uit de titel niet veel opmaken, dus vroegen we aan Meneer Kroon waar het boek over ging. Meneer Kroon had verteld dat er een twist zou komen in het verhaal waardoor alles anders bleek te zijn dan dat het leek. Daardoor en omdat het boek inderdaad spannend was, waren we benieuwd wat er ging gebeuren en bleven we verder lezen. Het nadeel was wel dat we nu niet meer verrast waren door de verandering in het verhaal.


Titelverklaring
De donkere kamer verwijst naar het kamertje waar Henri Osewoudt de foto’s ontwikkelt. De foto’s spelen een belangrijke rol in het verhaal, omdat dit een van de belangrijkste manieren van verzet is door Osewoudt. Ook verwijst de titel naar de uitdrukking ‘Het zwaard van Damokles’, wat betekent dat er een continu dreigend gevaar is, wat je niet kan tegenhouden. Damocles was een hoveling die van zijn baas een dag koning mocht. Hij kreeg echter een zwaard boven zijn hoofd te hangen. Dit zwaard hing aan een paardenhaar, en het kon elk moment vallen. De dreiging was voor Osewoudt niet een zwaard, maar de foto’s die hij in de donkere kamer ontwikkelde.


Personages
De belangrijkste personages zijn Henri Osewoudt, Dorbeck, Ria en Marianne.
Henri Osewoudt:
Osewoudt is een lelijke, kleine en onzekere man. Omdat hij zo klein is mocht hij niet het leger in. Voor hem is Dorbeck een geweldige man, en hij ziet Dorbeck als zijn voorbeeld. Hij noemt zichzelf het mislukte exemplaar van Dorbeck.
Dorbeck: Erg mysterieus, lijkt sprekend op Osewoudt maar dan met mannelijkere trekken. Hij regelt alles tot in de puntjes en domineert Osewoudt.
Ria: Ze is de volle nicht van Osewoudt, en erg lelijk. Osewoudt en Ria zijn getrouwd. Ook heeft ze later een affaire met haar buurman, een NSB’er. Ze is heel egoïstisch.
Marianne: Ze is erg lief tegen Osewoudt, ze krijgen een relatie. Ze is een jodin, de rest van haar familie is afgevoerd door de Duitsers.


Setting:
Het verhaal speelt zich in Nederland af, in de plaatsen Haarlem, Lunteren, Amsterdam, Wageningen, Leiden, Voorschoten, Scheveningen en Den-Haag. Ook is Osewoudt kort in Engeland.


Perspectief
In de donkere kamer van Damokles wordt de personale vertelinstantie gebruikt. De lezer ziet alles door de ogen van Osewoudt. Ook zijn alleen Osewoudts gedachten bekend. Door dit perspectief wordt het boek extra spannend en zet de lezer na afloop van het verhaal vraagtekens achter wat hij gelezen heeft. Het is niet bekend of alles wat Osewoudt verteld heeft ook echt waar is.


Open plekken
De belangrijkste open plek in dit boek is het slot. Het is aan het eind van het boek onduidelijk voor de lezer of Osewoudt geestelijk gezond is en of alles wat hij heeft beschreven wel echt gebeurd is.
Een andere open plek is het moment dat Elly wordt opgepakt. Het is voor de lezer onduidelijk wat er met haar gebeurt.


Tijd
Het verhaal loopt van ongeveer 1932 tot 27 december 1945. Het staat in een chronologische volgorde en er is sprake van tijdsverdichting. Sommige gebeurtenissen beslaan relatief veel bladzijden, andere minder. Het ondervragen van Osewoudt bijvoorbeeld wordt uitvoerig beschreven.


Thema
Het thema van dit boek is: verzet in de oorlog. Het verhaal speelt zich af in de oorlog en gaat over de daden die zijn gepleegd in het verzet.


Motieven
In dit boek zijn enkele motieven te onderscheiden.
-        Op zoek naar je eigen identiteit. Osewoudt is erg onzeker over zijn eigen identiteit. In Dorbeck ziet hij zijn grote voorbeeld.  Hij heeft er alles voor over om op hem te lijken.
-        Machteloosheid.  Osewoudt is niet in staat zich vrij te spreken zonder de hulp van Dorbeck. Alleen deze is onvindbaar, dus staat Osewoudt machteloos.
-        Foto’s en de Leica van Osewoudt. Als Osewoudt vast zit, is zijn enige hoop zijn Leica, waarop een foto van Dorbeck zou staan. Met de foto zou Osewoudt kunnen aantonen dat Dorbeck bestaat. Ook zijn de foto’s een motief, omdat ze het begin illustreren van het verzet van Osewoudt.


Oordeelvorming
Emotief argument
Wij vonden het niet echt een bijzonder boek, daar waren we het erg goed over eens. We lazen het gewoon en er was niet echt sprake van gevoelens die werden opgeroepen door het verhaal. Het was gewoon niet echt leuk, het werd later in het boek een beetje spannend maar verder zat er niet echt goede spanning in naar onze mening. Het was ook een beetje aan de dikke kant wat ook niet altijd positieve gevolgen heeft voor het plezier in het lezen van het boek. Misschien ligt dit ook een beetje aan het feit dat wij niet echt leesliefhebbers of boekenwormen zijn. Het was een goed boek, maar meer niet. Het was ook een beetje aan de dikke kant wat ook niet altijd positieve gevolgen heeft voor het plezier in het lezen van het boek.

Structureel argument
Naar onze mening zat er geen duidelijke structuur in het verhaal. Het begint met een stuk over Osewoudt en zijn leven voor de oorlog. Vervolgens gaat de rest van het boek eigenlijk over zijn leven tijdens de oorlog. Wij hadden niet het idee dat er echt sprake was van opbouw. Het boek werd niet veel spannender en er zaten niet echt onverwachte wendingen in het boek. Dit hadden wij wel iets meer verwacht.

Realistisch argument
We waren het er allemaal over eens dat het boek erg realistisch is. Het gaat over een man die leeft tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij zit in het verzet. De dingen die hij meemaakt zouden zo waar gebeurd kunnen zijn. Het feit dat er een ander personage is dat qua uiterlijk bijna identiek is aan de hoofdpersoon is misschien iets minder realistisch, maar het is wel interessant. Dorbeck is een belangrijk personage in het boek, maar je komt amper iets over hem te weten. Wij waren allemaal nieuwsgierig naar wie deze man precies was en wat zijn rol in het verdere verhaal zou zijn. Het boek is dus erg realistisch, wat wij interessant vonden.


Persoonlijk deel:
1.     Naar mijn idee verliep de discussie goed. Onze ideeën over het boek kwamen erg goed overeen, waardoor er weinig meningsverschillen waren. Bij onze eerste bespreking had nog niet iedereen het boek uit, waardoor we sommige dingen later hebben moeten bespreken, maar dat was verder geen probleem. Wat goed ging, was dat iedereen goed naar elkaar luisterde.
2.     Ik vond deze manier van werken best fijn. Je wordt op deze manier meer gepusht om op tijd het boek te lezen. Misschien als onze meningen meer hadden verschild, dat ik daar ook van had kunnen leren. Je ziet dan de visie van een ander. Dat kan erg leerzaam zijn. Ook leer je natuurlijk samenwerken.
3.     Ons boek heeft leesniveau vier. Dit was voor mij geen probleem. Ik heb geen moment het gevoel gehad dat ik iets niet begreep. Het taalgebruik was niet moeilijk, terwijl het boek toch al ruim vijftig jaar geleden geschreven is.
4.     Ik wil graag minstens één niveau hoger gaan lezen. De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch wil ik graag eens lezen. Dit boek is alleen erg dik en schijnt ook vrij lastig te zijn, maar ik denk dat ik het altijd kan proberen. Ik heb eerder een boek van Mulisch gelezen, namelijk Siegfried, en dat vond ik een erg indrukwekkend boek.

zondag 4 november 2012

Leesverslag klas 5: De engelenmaker


Algemene informatie
Auteur: Stefan Brijs
Titel: De engelenmaker
Plaats van uitgave: Den Bosch
Jaar van uitgave: 2008
Druk: Het is een boektopper, uitgegeven door Malmberg.
Jaar van eerste uitgave: 2005
Aantal pagina’s: 494
Genre: Psychologische roman


Samenvatting:
‘De Engelenmaker’ bestaat uit drie delen en wordt verteld vanuit het oogpunt van verschillende personen in het boek.

Het eerste deel speelt in het heden en vertelt hoe Doktor Victor Hoppe terugkomt in zijn geboorteplaats Wolfheim, een dorpje vlakbij het drielandenpunt. Met zijn hazenlip en zijn rode haren maakt hij een eigenaardige indruk. Hij heeft drie kinderen bij zich, die naar geruchten een spleet over hun hele gezicht hebben. De bewoners van Wolfheim moeten niets hebben van de rare dokter, maar na een aantal genezingen wordt hij toch geaccepteerd samen met zijn zoons, de spleten over hun gezichten blijken littekens van een hazenlip te zijn. De kinderen lijken sprekend op elkaar, en hebben veel weg van hun vader. De kinderen heten Michaël, Rafaël en Gabriël, net als de aartsengelen.Toch is er iets mis met de kinderen, ze blijven klein en zijn vaak ziek, en net als hun vader tonen ze weinig emoties. De dokter huurt een huishoudster, Frau Maenhout, in. Frau Maenhout komt steeds meer te weten over de dokter en zijn kinderen. De dokter gedraagt zich namelijk erg vreemd; hij toont geen emoties. Nu zou men hem autistisch hebben genoemd, het syndroom van Asperger, maar toen kenden ze dat nog niet. Hij wil absoluut niet dat zij de kinderen over God vertelt (maar wel over Jezus) en de kinderen mogen nooit naar buiten. Daarbij houdt de dokter veel afstand tot de kinderen, hij wil ook dat ze hem vader noemen i.p.v. pap of papa. Als Frau Maenhout bijna achter de waarheid is, die overigens erg schokkend blijkt te zijn, komt zij door een vreselijk ‘’ongeluk’’ om het leven.

In het tweede deel, dat afwisselt tussen Victor Hoppes jeugd en zijn tijd na zijn studie, wordt duidelijk wat er met de dokter en zijn kinderen aan de hand is. Victor Hoppe heeft de eerste jaren van zijn leven als ‘debiel’ in een gesticht doorgebracht. De enige die gelooft dat hij niet debiel is, is Zuster Marthe. Zij leert Victor lezen en zij is dan ook de enige aan wie hij dat laat horen. Na een paar jaar haalt zijn vader hem uit het gesticht. Victor komt terecht op een internaat en daarna op de universiteit. Victor Hoppe heeft in die jaren bedacht dat men slecht of goed kon zijn, niet ertussenin. Hij zag God als het kwaad, omdat hij zijn zoon, Jezus, die in zijn ogen het goede was, in de steek liet toen hij aan het kruis werd gehangen. Victor Hoppe vergeleek zich dan ook veel met Jezus en merkte dat ze veel gelijkenissen hadden, maar hij blijkt een genie te zijn en studeert verder in embryologie. Hij verraste de wetenschap door jonge muizen te produceren die uitsluitend mannelijke of vrouwelijke ouders hadden. Hierna kreeg hij een baan op de universiteit in Aken, en daar kreeg hij geld om muizen te klonen, wat hem ook lukte, alleen later werd het project stopgezet nadat men op basis van zijn aantekeningen de kloning niet kon herhalen en Dokter Hoppe weigerde het te demonstreren. Daarna ging hij zelf verder en slaagde er uiteindelijk in zichzelf te klonen. Hier loog hij de draagmoeder voor, die hij een kind van zichzelf had beloofd. Rex Cremer, de stafarts van de universiteit, is de enige die weet wat er precies aan de hand is. Hij raakt verstrikt in wat hij weet. Nadat de baby’s ter wereld waren gekomen, had Dokter Hoppe ze zelf meegenomen.

In het derde deel, weer het heden, komt Rex Cremer weer opnieuw in aanraking met Doktor Hoppe. Hij ontmoet ook zijn kinderen en Doktor Hoppe vertelt hem wat er mis is met de kinderen. Ze worden te snel oud; elk jaar van hun leven telt voor tien tot vijftien jaar. Dit komt door een ’fout’ in hun chromosomen. Dan komt ook de draagmoeder van de jongetjes haar ‘kinderen’ opzoeken, ze heeft spijt van haar beslissing ze niet te nemen. Maar als ze bij Doktor Hoppes huis aankomt is er al één dood, Michaël. Want dokter Hoppe heeft besloten ze niet meer eten te geven of nog aandacht aan hen te besteden, het experiment (het klonen) was immers mislukt en hij hield zich alweer met andere dingen bezig. Ze brengt de laatste dagen van hun leven met ze door, en als ze erachter komt dat de Dokter de kinderen, inmiddels was Rafaël ook al overleden, op sterk water had gezet had ze hem aangevallen en had hij haar uiteindelijk vermoord. Terwijl de dorpsbewoners de kruistocht van Jezus op de Vaalserberg (vlakbij het dorp) volgen, kruisigt Doktor Hoppe zichzelf. Hij eindigt aan het kruis (net zoals Jezus), terwijl het hele dorp sprakeloos toekijkt. Rex Cremer was ondertussen weer naar het huis van Dokter Hoppe teruggekeerd, en na het aanschouwen van de 3 jongens, Gabriël was nu ook gestorven, op het sterke water en de dode draagmoeder erbij niet aangekund. Hij had vervolgens het hele huis in brand gestoken, opdat niemand hier ooit achter kwam. Rex Cremer voelde zich namelijk verantwoordelijk voor het hele gebeuren. Toen hij zo snel als hij kon uit Wolfheim wegreed kreeg hij zelf een ongeluk waarbij ook hij om het leven kwam. 


Verwachtingen
Mijn docent Nederlands, meneer Kroon, had mij dit boek aangeraden. Hij dacht dat ik het wel een goed boek zou vinden. Het verhaal op de achterkant van het boek sprak mij inderdaad aan. Het klonk best wel mysterieus en daar houd ik meestal wel van.
Ik verwachtte een interessant boek. Het verhaaltje op de achterkant was een beetje vaag, waardoor het lastig was verwachtingen te hebben. Ik dacht dat het boek een beetje spannend zou zijn en mysterieus.


Motieven
Wetenschap: Hoppe wil mensen kunnen klonen. Het tweede deel van het boek gaat voor de helft over de tijd dat Victor in Bonn werkte aan zijn experimenten. Dit deel van het boek is vrij wetenschappelijk. Het gaat over zijn proeven met muizen, maar ook over de periode dat hij zijn experiment op een vrouw uitvoert. De rest van het boek gaat ook vaak over wetenschap.

Autisme: Victor Hoppe heeft Asperger. In die tijd was dat nog geen ziekte. Hij werd dan ook debiel verklaard in een gesticht. Hij heeft vreemde trekjes en gaat heel erg in dingen op. Hij toont weinig emoties, ook naar zijn kinderen toe. Dit merk je heel goed aan de schrijfstijl in het boek. Delen die vanuit Hoppes oogpunt zijn geschreven zijn een soort verwarrend. Als je dit leest krijg je zelf ook een soort zenuwachtig gevoel. Andere mensen vinden het ook lastig om met Victor om te gaan, omdat hij zo’n rare manier van doen heeft.


Thema
De bijbel: Er wordt in dit boek vaak verwezen naar de bijbel. Ik vind dit dan ook het belangrijkste motief en dus het thema. Victor Hoppe gaat de strijd aan met God. Hij ziet God als het kwaad, omdat hij zijn eigen zoon heeft geofferd. Jezus daarentegen is goed, omdat hij zich liet offeren en hier niet tegenin is gegaan. Hij heeft het kwaad bestreden.
Hoppe ziet zijn vader ook een beetje als het kwaad. Hij heeft hem namelijk in het gesticht gestopt. Victors moeder denkt dat de duivel in Victor zit. Hij heeft namelijk vuurrood haar en een gapende wond in zijn gezicht bij de geboorte.
Door te gaan klonen probeert Victor de strijd van God te winnen. Hij wil niet alleen levens redden, maar ook echt levens geven. Aan het eind van het boek kruisigt Victor zichzelf. Hij vindt dat hij kwaad heeft gedaan en denkt dat dit de enige manier is om dit recht te zetten.


Beoordeling
Ik vond de schrijfstijl van Brijs prima. Het taalgebruik is niet lastig. Er worden niet vaak moeilijke woorden gebruikt, waardoor het gemakkelijk te lezen is. De zinnen zijn ook niet uitzonderlijk lang. Het deel waar het vooral over wetenschap staat is iets lastiger. Het is goed te volgen, maar wel iets lastiger. Ik vond dit deel ook een stuk minder interessant dan de andere twee delen.

Dit is een vrij wetenschappelijk deel (Er zitten  niet heel veel van zulke stukken in het boek):
‘Drie maanden later deed Rex Cremer een ontdekking die voor het experiment van Victor Hoppe van groot belang bleek. Uit een schimmel kweekte hij de stof cytochalasine B. Die stof voorkwam dat de eiwitmoleculen die het cytoskelet vormden zich vermeerderden, zodat het cytoplasma rond de celkern zacht bleef. Het gevolg was dat eicellen die met een pipet werden doorgeprikt minder schade zouden oplopen, wat hun overlevingskans aanzienlijk deed stijgen.’ Pagina 276

Vertelperspectief:
Het verhaal wordt vanuit het perspectief van meerdere personen verteld. Vanuit Victor Hoppe, zuster Marthe, Frau Maenhout, Rex Cremer, de vader van Victor, de draagmoeder van de drieling en nog een aantal mensen.  Dat paste goed bij het verhaal.

Ruimte:
Het verhaal speelt zich grotendeels af in Wolfheim. Een klein Duits dorpje dichtbij het drielandenpunt. Het drielandenpunt speelt op meerdere manieren een rol in dit verhaal. Andere delen spelen zich af in Bonn en Aken.


Eindoordeel
Ik vond dit een goed boek. Ik vond het eerste deel gewoon goed. Het tweede deel vond ik iets minder interessant. Het was een beetje langdradig vond ik en ook een stuk minder boeiend dan het eerste deel. Het derde deel vond ik weer heel spannend. Je merkt gewoon dat het een bijzonder einde zal hebben. Victor komt verward over en doet bizarre dingen. Zelf was ik bijna bang dat er verschrikkelijke dingen zouden gebeuren. Het eind vond ik heel goed. De verwijzingen in het boek naar God vond ik origineel en interessant en kon ik erg waarderen. Dat Victor zichzelf kruisigt is bizar, maar dat past ook wel bij dit boek. Er gebeuren wel meer bizarre dingen. Ik vond dit een goed en interessant boek, alleen vond ik het een klein beetje langdradig in het midden.

Dit is een citaat waarin duidelijk wordt dat Hoppe in de war is. Ik kreeg er een beetje een angstig gevoel van, omdat ik aanvoelde dat er iets zou gaan gebeuren:
‘Met grote ogen keek Rex Cremer hem aan, maar de dokter ontweek zijn blik. ‘U komt mij verraden’, herhaalde hij. ‘Straks komt u terug met een grote bende en dan zult u mij verraden.’ Er was geen dreiging in de stem, maar toch voelde Rex zijn angst toenemen. Victor had zich altijd al vreemd gedragen, maar zoals hij daar stond, licht wiebelend, het hoofd gebogen, een hand in de zij gedrukt, de andere hand die klauwende bewegingen maakte, zo had hij hem nog nooit gezien.’ Pagina 471

Een aantal passages vond ik vrij bizar. Sommige waren echt misselijkmakend. Van deze passage kreeg ik wel een beetje de kriebels:
‘’Wilt u het zien? Gelooft u het dan?’ riep Victor. Hij trok zijn hemd nog hoger op. Zijn zij vertoonde een snee van bijna tien centimeter. ‘Wilt u het voelen misschien? Gelooft u het dan?’
Met een breed gebaar bracht Victor een hand naar de wond en stak twee, drie vingers in de snee. Hij trok, nee, scheurde de wond open’ pagina 472

Er werd zeker aan mijn verwachtingen voldaan. Het was inderdaad een beetje een mysterieus boek. Het einde vond ik spannend, zoals ik had verwacht.

Bronnen:




woensdag 3 oktober 2012

Leesverslag Klas 5: Giph


Algemene informatie:
Auteur: Ronald Giphart
Titel: Giph
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 2001
Druk: veertiende
Jaar van eerste druk: 1993
Aantal pagina’s: 224
Genre: Roman


Samenvatting:
Giph woont in een studentenhuis in Utrecht samen met zijn vrienden Monk en Thijm en een aantal andere studenten. Ze willen alledrie schrijver worden en hun favoriete gespreksonderwerpen zijn literatuur en seks. Naast Monk en Thijm heeft Giph nog veel meer vrienden. Veel van hen hebben, net als hijzelf, in het eetcafé ‘de Wingerd’ gewerkt en/of komen daar vaak. Giph is al een lange tijd verliefd op Noëlle, maar volgens Giph is Noëlle niet verliefd op hem. Noëlle is negen jaar jonger dan Giph. Giph denkt dat ze onbereikbaar voor hem is, dus hij gaat ook veel met andere meisjes om. Giph voelt zich ook erg aangetrokken tot de elf jaar oudere Freanne, de moeder van Noëlle. Omdat zij de moeder is van een vriendin van hem, elf jaar ouder en getrouwd is, neemt hij niet eens de moeite om haar te verleiden. Het enige wat hij doet is naar haar kijken, haar bewonderen en over haar fantaseren. 

Op oudejaarsavond 1990 organiseren Giph en zijn huisgenoten een groot feest. Noëlle, Freanne en nog veel meer leuke meisjes zijn er ook. Tijdens een spelletje in het donker, als iedereen flink aangeschoten is, zoent Giph met Freanne. Eerder die avond heeft hij ook al met twee andere meisjes gezoend. 

Eind februari gaat Giph met een groep vrienden op skivakantie naar Veysonnaz. De laatste avond wordt hij een beetje verliefd op de skilerares Constance, waar hij ook mee zoent.

Als ze weer thuis zijn krijgt hij van Freanne en brief waarin ze laat merken dat ze Giph wel leuk vind. Bij de brief zit een uitnodiging voor het boekenbal in Amsterdam. Hij neemt Monk en Thijm mee. Na het boekenbal gaat Giph met Freanne mee naar haar huis. Daar hebben ze voor het eerst seks en vertelt Freanne dat ze ervan droomt om naast haar man Nic, nog 10 minnaars te hebben. Giph blijft vaak bij Freanne slapen. Als hij een keer mee is naar haar huis in Baarn komen Nic en Noëlle onverwacht thuis. Nic lijkt het niet erg te vinden en hij en Freanne laten Giph en Noëlle alleen achter. Ze  gaan die avond luilakken. Dat is een soort feestdag waarop de dorpelingen zoveel mogelijk lawaai maken en tegelijkertijd uit de handen van de politie proberen te blijven. Die nacht ontmaagt Giph Noëlle op een boot, nadat zij heeft toegegeven al een hele tijd verliefd op Giph te zijn. 

In de zomer geven een paar kennissen van Giph een groot feest op een boot. Thijm, Monk en Giph zijn niet officieel uitgenodigd, maar gaan er toch heen. Giph wordt heel dronken en maakt het zichzelf niet gemakkelijk door allerlei onbekende mensen de grond in te boren. Hierdoor krijgt hij ruzie met een aantal vrienden.

Thijm, Monk en Giph gaan een paar dagen kamperen in de Ardennen. Op de camping ontmoeten ze twee leuke meisjes. Nu zijn ze met drie jongens en maar twee meisjes. Daarom besluiten ze een weddenschap te houden; wie verliest en dus alleen overblijft, krijgt van de andere twee een fles drank. Thijm, Monk en de twee meisjes hebben het heel leuk, maar Giph valt duidelijk buiten de groep. Op een avond spelen ze ‘truth-or-dare’. Giph krijgt als vernederende opdracht om in zijn tent te gaan liggen en te gaan slapen. Hij voelt zich erg beledigd en is boos op zijn ‘beste vrienden’. 

Als hij later weer een feest heeft van Freanne zoent hij eerst met Noëlle. Freanne ziet dat en loopt boos naar haar werkkamer. Als Giph haar achterna gaat, ligt ze huilend op de slaapbank en ze zegt dat ze te veel voor hem is gaan voelen. Giph troost haar en een paar minuten later komt Noëlle huilend de kamer binnen. Ze blijven daar de hele avond zitten en bemoeien zich niet meer met het feest. Ze drinken en praten veel. Uiteindelijk bedrijven ze met z’n drieën de liefde en vallen in slaap. De volgende ochtend wordt Giph alleen wakker. Noëlle is om onduidelijke reden boos terug naar Utrecht en Freanne zit in de keuken een sigaret te roken. Giph is ineens erg geïrriteerd en laat Freanne verbaasd, verdrietig en alleen achter.

Een paar weken later heeft Giph weer een feest, dit keer van Sub Rosa, de uitgeverij van Nic en Freanne. Hij is niet van plan te gaan. Hij heeft Noëlle of Freanne sinds het trio niet meer gesproken en hij is niet officieel uitgenodigd. Maar als Monk en Thijm beweren dat Jeroen Brouwers ook uitgenodigd is, gaat hij uiteraard wel. Jeroen Brouwers is zijn favoriete schrijver. Ook op het feest negeren Freanne en Noëlle hem. Net als Giph besluit om weg te gaan komt Brouwers met een onbekende vrouw aanlopen. Giph, Monk en Thijm blijven als drie kleine, bange jongetjes op een afstandje luisteren naar de gesprekken die Brouwers voert. Op een gegeven moment zijn ze toch in het gesprek betrokken geraakt en zijn bijna alle gasten (inclusief Freanne en Noëlle) vertrokken. Brouwers herkent Giph nog van de eerste keer dat ze elkaar zagen op een feest bij Geerten Meijsing. Hij herinnert zich nog dat ze elkaar een hand hebben gegeven en dat Giph een bepaalde opmerking had gemaakt. Giph is in de wolken. Als alle drank op is nodigt Nic iedereen uit om mee uit eten te gaan. Giph en Brouwers hebben het de hele avond over literatuur. In de loop van de avond worden vooral Brouwers, Thijm en Nic steeds meer dronken. Na het eten besluiten Brouwers, Coco (de vrouw die met hem mee was gekomen), Monk en Giph naar Coco’s huis te gaan. Daar gaan ze door met praten en drinken. Brouwers drinkt veel te veel en gaat zich raar gedragen. Hij veranderd van het ene op het andere moment van stemming en beschuldigt Giph ervan dat hij helemaal niets over zijn werk weet. Weer een moment later zegt hij dat hij moe is van het schrijven en dat Giph het van hem over moet nemen. Giph vind het erg vervelend worden en besluit weg te gaan. Hij vindt het absoluut niet leuk hoe Brouwers zich gedragen heeft. Als Giph thuis komt voelt hij zich beroerd. Hij is misselijk en dronken. Op het toilet moet hij overgeven. Hij kijkt in de spiegel en denkt na over de afgelopen avond en vooral over zichzelf. Hij komt tot de conclusie dat hij eigenlijk weinig voorstelt en noemt zichzelf apathisch en vooral lelijk.


Verwachtingen:
Thuis ben ik in de boekenkast gaan kijken naar boeken. Daar zag ik Giph tussen staan. Ik wist dat Ronald Giphart een bekende schrijver was.
Ik hoop zelf na de middelbare school te gaan studeren. Om die reden sprak de tekst op de achterkant van het boek mij wel aan. Daar stond namelijk dat het boek over het studentenmilieu gaat, dat door hoofdpersoon Giph ‘een groot geil gezellig feest’ wordt genoemd.
Ik verwachtte dus een leuk boek, dat makkelijk leest en over het studentenmilieu gaat. Ik verwachtte geen heftig of dramatisch boek, maar juist een grappig en amusant boek.


Motieven:
·       Seks: Seks is duidelijk een terugkerend element in Giph. Zo gaat een groot deel van het boek over seks. Hij vertelt over een aantal meisjes waar hij het mee heeft gedaan en heeft gesprekken met vrienden over seks. Noëlle en Freanne spelen hierbij een grote rol. Hij heeft met beiden seks, maar ze hebben geen vaste relatie.
·       Vriendschap: Ook dit is een terugkerend element. Giph woont in een studentenhuis. Hij woont daar met een aantal mensen met wie hij goed bevriend is. In het boek beschrijft Giph veel situaties waar ook zijn vrienden in voor komen. Hij schrijft over ruzies, maar ook over goede gesprekken of momenten dat ze hem teleurstellen.
·       Literatuur: Giph houdt zich al jaren bezig met literatuur. Hij en zijn vrienden praten vaak over literatuur en willen dan ook maar al te graag een keer naar het boekenbal. Zij bewonderen schrijver Jeroen Brouwers heel erg. Freanne en haar man Nic zijn uitgevers.


Thema:
Verlies: Ik heb er lang over nagedacht wat het thema van dit boek is. Ik heb eenzaamheid gekozen. Giph heeft vrienden, liefde, seks en literatuur. Door ruzies raakt hij zijn vrienden kwijt. Na hun wilde nacht, is zijn affaire met Freanne en Noëlle voorbij en spreekt hij ze niet meer. Zijn grote idool Jeroen Brouwers blijkt uiteindelijk toch tegen te vallen. Aan het eind van het boek is hij veel kwijt. (Zie ook interview Ronald Giphart)


Beoordeling:
Ik vond de schrijfstijl van dit boek erg fijn. Het boek bestaat uit brieven die Giph aan een onbekend persoon schrijft. Deze persoon zou zijn grote liefde zijn. Hierdoor leest het gemakkelijk. Het is altijd duidelijk waar het verhaal over gaat. De woorden in het boek zijn niet lastig. Het taalgebruik is zelfs vrij grof. Giphart gebruikt geregeld woorden als neuken, lul, mongool. Wel zijn de dingen die Giph schrijft vaak niet echt relevant voor het verhaal. Af en toe is het dus een beetje saai, omdat hij dan 3 pagina’s over een niet relevant onderwerp schrijft. Situaties worden vaak plat beschreven, maar dat is eigenlijk wel een beetje de charme van het boek, vind ik. Het feit dat het onbekend is voor wie de brieven bestemd zijn, maakt het boek mysterieus.

‘’Seks met Freanne. Neuken met Freanne. Zou dat niet een mooie titel zijn voor een soort proustiaanse romancyclus? Neuken met Freanne. Je bent nooit te oud om te leren. Freanne is de eerste vrouw in mijn leven die jarretels draagt, een ‘bodystocking’, een ‘catsuit’, de eerste vrouw die rustig een uur uittrekt om mij met babyolie (waar het onder je voorhuid wel van gaat stinken) te masseren, of zich door mij te laten masseren, de eerste vrouw die ongegeneerd porno huurt, en bij Mail& Female spullen koopt, drie vibratoren heeft, een lange gouden, een rode met een ronde top, en een draaiende bruine met een likaapje. Neuken met Freanne, gedverdemme. Freanne die al half klaarkwam bij de gedachte dat ik het nog nooit ‘op z’n kontjes’ had gedaan en me op dat gebied ontkaapte (eerst een vingertopje, toen m’n pink, toen m’n middelvinger, toen m’n et cetera)…’’ (p. 97, 98)

Vertelperspectief:
Het boek wordt in zijn geheel geschreven vanuit het oogpunt van Giph. Hij schrijft brieven aan zijn grote liefde. Dit vind ik zelf er leuk. Je kruipt echt in Giphs hoofd, omdat je alles vanuit zijn perspectief ziet.

Personages:
Het boek heeft een aantal erg interessante personages. Zo leer je Giph echt goed kennen in het boek. De overige personages zijn ieder heel anders. Je leert hen minder goed kennen dan Giph, maar dat vind ik juist wel bij het boek passen.


Eindoordeel:
Ik vond Giph een erg leuk boek dat erg makkelijk doorleest. Het heeft misschien niet zoveel diepgang als andere boeken, maar het is een heel luchtig en fijn boek om te lezen. Het feit dat het boek bestaat uit brieven vind ik zelf erg leuk en ook wel vernieuwend.
‘‘Jij zegt dat het de hoogste vorm van epistolografie is als een vrouw om je brief moet huilen. Ik weet het niet. Volgens mij is het veel hoger als een vrouw na het lezen van je brief klaarkomt. Of als ze zich na lezing naar je toesnelt, zich schielijk ontkleedt en vertwijfeld uitroept: ‘JA! NU! HIER! IK WIL HET!’
Toen ik thuiskwam van The Allerlast Christmas Tour, lagen er drie brieven op me te wachten. De eerste was van jou, en het was de mooiste brief die ik in mijn leven ooit heb gelezen, echt waar. Ik kwam klaar, een literair orgasme, Ik wilde je, toen, daar.’’ (p. 69)

De schrijfstijl vond ik ook leuk. Het was misschien erg plat, maar dat kon ik wel waarderen. De gevoelens van Giph zijn goed beschreven in dit boek. Je kunt je goed in hem indenken.

‘’Ik probeerde me krampachtig te concentreren op ‘leuke dingen’, maar onmiddellijk was er Het Grote Luisteren. Truth or dare was volgens mij afgelopen, want er werd buiten nauwelijks nog gepraat. Wel hoorde ik veel gestommel en schor gelach. Ik voelde me een kleuter, een kind. Hier lag ik als volwassen man, in een tent, alleen en verlaten, omdat mijn vrienden zonodig wilden campingviezeriken.’’ (p. 192)

Er werd zeker aan mijn verwachtingen voldaan. Ik verwachtte geen dramatisch of meeslepend verhaal, maar iets dat gewoon leuk is. En dat was dit boek.


Bronnen: