dinsdag 9 juli 2013

Leesverslag Romantiek

Opdracht Literatuur
In dit verslag wordt een vergelijking gemaakt tussen het boek Max Havelaar en de verfilming van het boek.
 
Vind je de film een betrouwbare verfilming van het boek? Waarom?
Ik vind de film een redelijk betrouwbare verfilming van het boek. Er zijn een aantal scenes in het boek die niet in de film voorkomen. Dit is echter bijna altijd het geval bij boekverfilmingen. Het weglaten van deze scenes heeft geen verdere gevolgen gehad voor het overbrengen van de boodschap. De grote lijn in het verhaal werd goed overgebracht.

Vind je Max Havelaar in boek en film een echt romantisch personage? Waarom?
De romantiek is een periode na de verlichting. Tijdens de verlichting lag de nadruk op de rede. Tijdens de romantiek was dit anders. Men vond juist dat je niet alleen moest handelen op basis van de ratio, maar vooral op gevoel. Emoties werden veel belangrijker. Ook fantasie was belangrijk. De romantische mens was niet tevreden met de tijd en plaats waarin hij leefde. Hij probeerde zich af te zetten tegen het gewone leven of vluchtte in zijn fantasie.
Deze kenmerken zie je duidelijk terug in het personage Max Havelaar. Zowel in het boek als in de film. Hij is erg betrokken bij het lot van de inwoners van Nederlands-Indië. Hij laat zich, min of meer, leiden door zijn gevoel. Hij is niet tevreden met de omgeving waarin hij leeft en zet zich hiertegen af.

Hoe wordt Droogstoppel volgens jou in de film gepresenteerd: aardiger of      kwaadaardiger dan in het boek?
Het personage Droogstoppel komt in de film een stuk minder voor dan in het boek. Ik vind dat hij in de film aardiger overkomt dan in het boek. In het boek is het een beetje een zeur. Hij is ook wel een beetje krenterig. Wat mij ook opviel was dat Droogstoppel in de film positiever tegenover het uitgeven van Sjaalmans boek staat dan in het boek.

Vind je dat de verfilming een geëngageerde film is geworden? Waarom?
Ik vind de film goed overeenkomen met het boek. De grote lijnen zijn hetzelfde. Multatuli schreef de Max Havelaar met het doel mensen bewust te maken van de situatie in Nederlands-Indië. Het boek geeft een duidelijk beeld van hoe slecht deze situatie was. Het boek is geëngageerd. De verfilming vind ik dus ook een geëngageerde film geworden.

Wat vind je beter: het boek of de verfilming? Waarom?
Het boek. Ik vind boeken bijna altijd beter dan hun verfilmingen. Boeken zijn vaak veel gedetailleerder. Zo ook de Max Havelaar. Het duurde vrij lang voor ik het boek uit had. Ik vond het vrij pittig om te lezen. Ik had gelukkig een vertaling gekocht, waardoor ik amper last had van het taalgebruik. Bij een boek kom je altijd achter de gedachten van personages. De verfilming vond ik overigens ook erg goed.    

zondag 7 juli 2013

Leesverslag Verlichting

Zomeravond (Annie M.G. Schmidt)

Ik lig al in bed,
maar de zon is nog op
en de merel is zo hard aan ‘t fluiten!
Ik lig al in bed
met de beer en de pop
en verder is iedereen buiten.

De radio speelt
in de kamer benee
of is het hiernaast bij de bakker?
Nou hoor ik een kraan.
O, ze zetten weer thee
en ik ben nog zo vreselijk wakker.

Ik lig al in bed
en ik mag er niet uit,
want de klok heeft al zeven geslagen.
Ik wil een stuk koek
en een halve beschuit,
maar ik durf er niet meer om te vragen.

Ik lig al in bed
en ik speel met mijn teen
en de zon is nog altijd aan ‘t schijnen
En ik vind het gemeen
dat ik nou alleen
in mijn bed lig, met dichte gordijnen.



Een houtworm zat in een keukenstoel (Annie M.G. Schmidt)

Een houtworm zat in een keukenstoel
En at en at .......... een heleboel!
Op de stoel zat tante Mien,
Ze had de houtworm niet gezien
Die at maar door en at maar door,
Totdat 't krikte en krakte
En tante Mien
Om kwart voor tien
Pardoes door de stoel hen zakte 


Jaapje op reis (Han G. Hoekstra)

Tingeling! 
Tingeling!
Opgelet!
Wie komt daar aan
op zijn auto-ped?
Ruim baan! 
Ruim baan!
Daar komt Jaapje Visser aan

Bellen met zijn bel,
sturen met zijn stuur,
kijkt niet op of om,
want de
benzine is zo duur.

Heeft nog maar een uur.
Maakt een grote reis.
Moet nog naar
Afrika,
Amerika,
Parijs!


Bed (Edward van de Vendel)

Mama stuurt me ‘s avonds op
in mijn dekbed-envelop.
Nachtpost, zegt ze,
daarna legt ze
zachte lippen op mijn mond:
dat zijn de zegels,
de regels om te zorgen
dat ik ‘s morgens
teruggezonden word.
Dan gaap ik
en dan lacht ze:
Welterusten liefje.
Dan slaap ik
en dan zucht ze:
Welterusten briefje.


Verslag
Het taalgebruik is in alle drie de gedichten erg gemakkelijk. De zinnen zijn erg kort.
De zinnen in ‘Jaapje op reis’ bestaan maar uit enkele woorden die erg gemakkelijk zijn. Het is bedoeld voor hele jonge kinderen. De regels in ‘Zomeravond’ van Annie M.G. Schmidt zijn iets langer dan de rest. Dit gedicht lijkt geschreven te zijn voor iets oudere kinderen dan het gedicht ‘Jaapje op reis’. ‘Een houtworm zat in een keukenstoel’ is ook van Annie M.G. Schmidt. De regels van dit gedicht zijn ook iets langer. Het taalgebruik is gemakkelijk. ‘Bed’ van Edward van de Vendel zit qua zinslengte een beetje tussen de andere drie gedichten in. Het taalgebruik is gemakkelijk. Ik kan me voorstellen dat dit gedicht iets moeilijker te begrijpen is voor kinderen, omdat er gebruik wordt gemaakt van beeldspraak.

‘Zomeravond’ wordt verteld door een kind. Bij ‘Een houtworm zat in een keukenstoel’ is het niet helemaal duidelijk wie de verteller is. Het zou een kind kunnen zijn. Het gaat namelijk onder andere over Tante Mien. Het kind speelt zelf in ieder geval geen rol in het gedicht. ‘Jaapje op reis’ wordt door een derde persoon verteld. Het zou een kind kunnen zijn, maar het zou ook een volwassene kunnen zijn. De verteller heeft zelf geen rol in het verhaal. ‘Bed’ wordt duidelijk verteld door een kind. Het zegt namelijk dat het naar bed wordt gebracht door mama.

Deze kindergedichten hebben naar mijn idee allemaal niet echt een duidelijk les of moraal. Wel lijkt het gedicht ‘Bed’ anders te zijn dan de andere drie. Het gedicht wordt verteld door een kind. Het kind vertelt dat het iedere avond van zijn of haar moeder een kus krijgt. Het kind wordt ‘opgestuurd’ naar een onbekende plek. Het is nachtpost. Het bed is de envelop. De kus zorgt ervoor dat het kind ’s morgens weer teruggestuurd wordt. Het is een soort beeldspraak. Het past denk ik wel in de kinderbeleving, maar het is een klein beetje vaag. Ik kan me voorstellen dat kinderen niet meteen begrijpen wat ermee wordt bedoeld. ‘Zomeravond’ is herkenbaar voor waarschijnlijk bijna ieder kind. Kinderen moeten altijd vroeg naar bed. Ik herken dit zelf ook. Ik lag dan voor mijn gevoel nog uren wakker terwijl iedereen nog beneden zat en het nog licht was buiten. Dit past dus ook heel goed in de kinderbeleving. ‘Een houtworm zat in een keukenstoel’ is, denk ik, gewoon een grappig, leuk gedichtje voor kinderen. Hier zit geen moraal in. ‘Bed’ is ook gewoon een leuk gedichtje. Ik kan hier geen duidelijk les uit halen. De laatste twee gedichten zijn meer leuke, korte verhaaltjes. Ze passen waarschijnlijk wel in de kinderbeleving, maar op een andere manier dan ‘Zomeravond’.

Alle gedichten bevatten rijm. Toch kan ik er geen echt rijmschema uit halen. ‘Zomeravond’ en ‘Een houtworm zat in een keukenstoel’ bevatten erg veel rijm. ‘Jaapje op reis’ bevat ook veel rijm. Het verschil tussen de drie gedichten is dat de gedichten van Annie M.G. Schmidt iets meer structuur hebben qua rijm, dan het gedicht van Han G. Hoekstra. Ook ‘Bed’ rijmt duidelijk.


De gedichten bevatten geen hele grote verschillen. Het verschilt per gedicht wie de verteller is. Ze rijmen allemaal, maar er zit wel verschil in. Ze bevatten allemaal geen moraal. En het taalgebruik is duidelijk bedoeld voor kinderen.

dinsdag 21 mei 2013

Leesverslag klas 5: De donkere kamer van damokles


Wat waren onze verwachtingen? In welke mate zijn deze uitgekomen?
Onze verwachting van het boek was dat het een spannend boek zou zijn. Toch konden we uit de titel niet veel opmaken, dus vroegen we aan Meneer Kroon waar het boek over ging. Meneer Kroon had verteld dat er een twist zou komen in het verhaal waardoor alles anders bleek te zijn dan dat het leek. Daardoor en omdat het boek inderdaad spannend was, waren we benieuwd wat er ging gebeuren en bleven we verder lezen. Het nadeel was wel dat we nu niet meer verrast waren door de verandering in het verhaal.


Titelverklaring
De donkere kamer verwijst naar het kamertje waar Henri Osewoudt de foto’s ontwikkelt. De foto’s spelen een belangrijke rol in het verhaal, omdat dit een van de belangrijkste manieren van verzet is door Osewoudt. Ook verwijst de titel naar de uitdrukking ‘Het zwaard van Damokles’, wat betekent dat er een continu dreigend gevaar is, wat je niet kan tegenhouden. Damocles was een hoveling die van zijn baas een dag koning mocht. Hij kreeg echter een zwaard boven zijn hoofd te hangen. Dit zwaard hing aan een paardenhaar, en het kon elk moment vallen. De dreiging was voor Osewoudt niet een zwaard, maar de foto’s die hij in de donkere kamer ontwikkelde.


Personages
De belangrijkste personages zijn Henri Osewoudt, Dorbeck, Ria en Marianne.
Henri Osewoudt:
Osewoudt is een lelijke, kleine en onzekere man. Omdat hij zo klein is mocht hij niet het leger in. Voor hem is Dorbeck een geweldige man, en hij ziet Dorbeck als zijn voorbeeld. Hij noemt zichzelf het mislukte exemplaar van Dorbeck.
Dorbeck: Erg mysterieus, lijkt sprekend op Osewoudt maar dan met mannelijkere trekken. Hij regelt alles tot in de puntjes en domineert Osewoudt.
Ria: Ze is de volle nicht van Osewoudt, en erg lelijk. Osewoudt en Ria zijn getrouwd. Ook heeft ze later een affaire met haar buurman, een NSB’er. Ze is heel egoïstisch.
Marianne: Ze is erg lief tegen Osewoudt, ze krijgen een relatie. Ze is een jodin, de rest van haar familie is afgevoerd door de Duitsers.


Setting:
Het verhaal speelt zich in Nederland af, in de plaatsen Haarlem, Lunteren, Amsterdam, Wageningen, Leiden, Voorschoten, Scheveningen en Den-Haag. Ook is Osewoudt kort in Engeland.


Perspectief
In de donkere kamer van Damokles wordt de personale vertelinstantie gebruikt. De lezer ziet alles door de ogen van Osewoudt. Ook zijn alleen Osewoudts gedachten bekend. Door dit perspectief wordt het boek extra spannend en zet de lezer na afloop van het verhaal vraagtekens achter wat hij gelezen heeft. Het is niet bekend of alles wat Osewoudt verteld heeft ook echt waar is.


Open plekken
De belangrijkste open plek in dit boek is het slot. Het is aan het eind van het boek onduidelijk voor de lezer of Osewoudt geestelijk gezond is en of alles wat hij heeft beschreven wel echt gebeurd is.
Een andere open plek is het moment dat Elly wordt opgepakt. Het is voor de lezer onduidelijk wat er met haar gebeurt.


Tijd
Het verhaal loopt van ongeveer 1932 tot 27 december 1945. Het staat in een chronologische volgorde en er is sprake van tijdsverdichting. Sommige gebeurtenissen beslaan relatief veel bladzijden, andere minder. Het ondervragen van Osewoudt bijvoorbeeld wordt uitvoerig beschreven.


Thema
Het thema van dit boek is: verzet in de oorlog. Het verhaal speelt zich af in de oorlog en gaat over de daden die zijn gepleegd in het verzet.


Motieven
In dit boek zijn enkele motieven te onderscheiden.
-        Op zoek naar je eigen identiteit. Osewoudt is erg onzeker over zijn eigen identiteit. In Dorbeck ziet hij zijn grote voorbeeld.  Hij heeft er alles voor over om op hem te lijken.
-        Machteloosheid.  Osewoudt is niet in staat zich vrij te spreken zonder de hulp van Dorbeck. Alleen deze is onvindbaar, dus staat Osewoudt machteloos.
-        Foto’s en de Leica van Osewoudt. Als Osewoudt vast zit, is zijn enige hoop zijn Leica, waarop een foto van Dorbeck zou staan. Met de foto zou Osewoudt kunnen aantonen dat Dorbeck bestaat. Ook zijn de foto’s een motief, omdat ze het begin illustreren van het verzet van Osewoudt.


Oordeelvorming
Emotief argument
Wij vonden het niet echt een bijzonder boek, daar waren we het erg goed over eens. We lazen het gewoon en er was niet echt sprake van gevoelens die werden opgeroepen door het verhaal. Het was gewoon niet echt leuk, het werd later in het boek een beetje spannend maar verder zat er niet echt goede spanning in naar onze mening. Het was ook een beetje aan de dikke kant wat ook niet altijd positieve gevolgen heeft voor het plezier in het lezen van het boek. Misschien ligt dit ook een beetje aan het feit dat wij niet echt leesliefhebbers of boekenwormen zijn. Het was een goed boek, maar meer niet. Het was ook een beetje aan de dikke kant wat ook niet altijd positieve gevolgen heeft voor het plezier in het lezen van het boek.

Structureel argument
Naar onze mening zat er geen duidelijke structuur in het verhaal. Het begint met een stuk over Osewoudt en zijn leven voor de oorlog. Vervolgens gaat de rest van het boek eigenlijk over zijn leven tijdens de oorlog. Wij hadden niet het idee dat er echt sprake was van opbouw. Het boek werd niet veel spannender en er zaten niet echt onverwachte wendingen in het boek. Dit hadden wij wel iets meer verwacht.

Realistisch argument
We waren het er allemaal over eens dat het boek erg realistisch is. Het gaat over een man die leeft tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij zit in het verzet. De dingen die hij meemaakt zouden zo waar gebeurd kunnen zijn. Het feit dat er een ander personage is dat qua uiterlijk bijna identiek is aan de hoofdpersoon is misschien iets minder realistisch, maar het is wel interessant. Dorbeck is een belangrijk personage in het boek, maar je komt amper iets over hem te weten. Wij waren allemaal nieuwsgierig naar wie deze man precies was en wat zijn rol in het verdere verhaal zou zijn. Het boek is dus erg realistisch, wat wij interessant vonden.


Persoonlijk deel:
1.     Naar mijn idee verliep de discussie goed. Onze ideeën over het boek kwamen erg goed overeen, waardoor er weinig meningsverschillen waren. Bij onze eerste bespreking had nog niet iedereen het boek uit, waardoor we sommige dingen later hebben moeten bespreken, maar dat was verder geen probleem. Wat goed ging, was dat iedereen goed naar elkaar luisterde.
2.     Ik vond deze manier van werken best fijn. Je wordt op deze manier meer gepusht om op tijd het boek te lezen. Misschien als onze meningen meer hadden verschild, dat ik daar ook van had kunnen leren. Je ziet dan de visie van een ander. Dat kan erg leerzaam zijn. Ook leer je natuurlijk samenwerken.
3.     Ons boek heeft leesniveau vier. Dit was voor mij geen probleem. Ik heb geen moment het gevoel gehad dat ik iets niet begreep. Het taalgebruik was niet moeilijk, terwijl het boek toch al ruim vijftig jaar geleden geschreven is.
4.     Ik wil graag minstens één niveau hoger gaan lezen. De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch wil ik graag eens lezen. Dit boek is alleen erg dik en schijnt ook vrij lastig te zijn, maar ik denk dat ik het altijd kan proberen. Ik heb eerder een boek van Mulisch gelezen, namelijk Siegfried, en dat vond ik een erg indrukwekkend boek.

zondag 4 november 2012

Leesverslag klas 5: De engelenmaker


Algemene informatie
Auteur: Stefan Brijs
Titel: De engelenmaker
Plaats van uitgave: Den Bosch
Jaar van uitgave: 2008
Druk: Het is een boektopper, uitgegeven door Malmberg.
Jaar van eerste uitgave: 2005
Aantal pagina’s: 494
Genre: Psychologische roman


Samenvatting:
‘De Engelenmaker’ bestaat uit drie delen en wordt verteld vanuit het oogpunt van verschillende personen in het boek.

Het eerste deel speelt in het heden en vertelt hoe Doktor Victor Hoppe terugkomt in zijn geboorteplaats Wolfheim, een dorpje vlakbij het drielandenpunt. Met zijn hazenlip en zijn rode haren maakt hij een eigenaardige indruk. Hij heeft drie kinderen bij zich, die naar geruchten een spleet over hun hele gezicht hebben. De bewoners van Wolfheim moeten niets hebben van de rare dokter, maar na een aantal genezingen wordt hij toch geaccepteerd samen met zijn zoons, de spleten over hun gezichten blijken littekens van een hazenlip te zijn. De kinderen lijken sprekend op elkaar, en hebben veel weg van hun vader. De kinderen heten Michaël, Rafaël en Gabriël, net als de aartsengelen.Toch is er iets mis met de kinderen, ze blijven klein en zijn vaak ziek, en net als hun vader tonen ze weinig emoties. De dokter huurt een huishoudster, Frau Maenhout, in. Frau Maenhout komt steeds meer te weten over de dokter en zijn kinderen. De dokter gedraagt zich namelijk erg vreemd; hij toont geen emoties. Nu zou men hem autistisch hebben genoemd, het syndroom van Asperger, maar toen kenden ze dat nog niet. Hij wil absoluut niet dat zij de kinderen over God vertelt (maar wel over Jezus) en de kinderen mogen nooit naar buiten. Daarbij houdt de dokter veel afstand tot de kinderen, hij wil ook dat ze hem vader noemen i.p.v. pap of papa. Als Frau Maenhout bijna achter de waarheid is, die overigens erg schokkend blijkt te zijn, komt zij door een vreselijk ‘’ongeluk’’ om het leven.

In het tweede deel, dat afwisselt tussen Victor Hoppes jeugd en zijn tijd na zijn studie, wordt duidelijk wat er met de dokter en zijn kinderen aan de hand is. Victor Hoppe heeft de eerste jaren van zijn leven als ‘debiel’ in een gesticht doorgebracht. De enige die gelooft dat hij niet debiel is, is Zuster Marthe. Zij leert Victor lezen en zij is dan ook de enige aan wie hij dat laat horen. Na een paar jaar haalt zijn vader hem uit het gesticht. Victor komt terecht op een internaat en daarna op de universiteit. Victor Hoppe heeft in die jaren bedacht dat men slecht of goed kon zijn, niet ertussenin. Hij zag God als het kwaad, omdat hij zijn zoon, Jezus, die in zijn ogen het goede was, in de steek liet toen hij aan het kruis werd gehangen. Victor Hoppe vergeleek zich dan ook veel met Jezus en merkte dat ze veel gelijkenissen hadden, maar hij blijkt een genie te zijn en studeert verder in embryologie. Hij verraste de wetenschap door jonge muizen te produceren die uitsluitend mannelijke of vrouwelijke ouders hadden. Hierna kreeg hij een baan op de universiteit in Aken, en daar kreeg hij geld om muizen te klonen, wat hem ook lukte, alleen later werd het project stopgezet nadat men op basis van zijn aantekeningen de kloning niet kon herhalen en Dokter Hoppe weigerde het te demonstreren. Daarna ging hij zelf verder en slaagde er uiteindelijk in zichzelf te klonen. Hier loog hij de draagmoeder voor, die hij een kind van zichzelf had beloofd. Rex Cremer, de stafarts van de universiteit, is de enige die weet wat er precies aan de hand is. Hij raakt verstrikt in wat hij weet. Nadat de baby’s ter wereld waren gekomen, had Dokter Hoppe ze zelf meegenomen.

In het derde deel, weer het heden, komt Rex Cremer weer opnieuw in aanraking met Doktor Hoppe. Hij ontmoet ook zijn kinderen en Doktor Hoppe vertelt hem wat er mis is met de kinderen. Ze worden te snel oud; elk jaar van hun leven telt voor tien tot vijftien jaar. Dit komt door een ’fout’ in hun chromosomen. Dan komt ook de draagmoeder van de jongetjes haar ‘kinderen’ opzoeken, ze heeft spijt van haar beslissing ze niet te nemen. Maar als ze bij Doktor Hoppes huis aankomt is er al één dood, Michaël. Want dokter Hoppe heeft besloten ze niet meer eten te geven of nog aandacht aan hen te besteden, het experiment (het klonen) was immers mislukt en hij hield zich alweer met andere dingen bezig. Ze brengt de laatste dagen van hun leven met ze door, en als ze erachter komt dat de Dokter de kinderen, inmiddels was Rafaël ook al overleden, op sterk water had gezet had ze hem aangevallen en had hij haar uiteindelijk vermoord. Terwijl de dorpsbewoners de kruistocht van Jezus op de Vaalserberg (vlakbij het dorp) volgen, kruisigt Doktor Hoppe zichzelf. Hij eindigt aan het kruis (net zoals Jezus), terwijl het hele dorp sprakeloos toekijkt. Rex Cremer was ondertussen weer naar het huis van Dokter Hoppe teruggekeerd, en na het aanschouwen van de 3 jongens, Gabriël was nu ook gestorven, op het sterke water en de dode draagmoeder erbij niet aangekund. Hij had vervolgens het hele huis in brand gestoken, opdat niemand hier ooit achter kwam. Rex Cremer voelde zich namelijk verantwoordelijk voor het hele gebeuren. Toen hij zo snel als hij kon uit Wolfheim wegreed kreeg hij zelf een ongeluk waarbij ook hij om het leven kwam. 


Verwachtingen
Mijn docent Nederlands, meneer Kroon, had mij dit boek aangeraden. Hij dacht dat ik het wel een goed boek zou vinden. Het verhaal op de achterkant van het boek sprak mij inderdaad aan. Het klonk best wel mysterieus en daar houd ik meestal wel van.
Ik verwachtte een interessant boek. Het verhaaltje op de achterkant was een beetje vaag, waardoor het lastig was verwachtingen te hebben. Ik dacht dat het boek een beetje spannend zou zijn en mysterieus.


Motieven
Wetenschap: Hoppe wil mensen kunnen klonen. Het tweede deel van het boek gaat voor de helft over de tijd dat Victor in Bonn werkte aan zijn experimenten. Dit deel van het boek is vrij wetenschappelijk. Het gaat over zijn proeven met muizen, maar ook over de periode dat hij zijn experiment op een vrouw uitvoert. De rest van het boek gaat ook vaak over wetenschap.

Autisme: Victor Hoppe heeft Asperger. In die tijd was dat nog geen ziekte. Hij werd dan ook debiel verklaard in een gesticht. Hij heeft vreemde trekjes en gaat heel erg in dingen op. Hij toont weinig emoties, ook naar zijn kinderen toe. Dit merk je heel goed aan de schrijfstijl in het boek. Delen die vanuit Hoppes oogpunt zijn geschreven zijn een soort verwarrend. Als je dit leest krijg je zelf ook een soort zenuwachtig gevoel. Andere mensen vinden het ook lastig om met Victor om te gaan, omdat hij zo’n rare manier van doen heeft.


Thema
De bijbel: Er wordt in dit boek vaak verwezen naar de bijbel. Ik vind dit dan ook het belangrijkste motief en dus het thema. Victor Hoppe gaat de strijd aan met God. Hij ziet God als het kwaad, omdat hij zijn eigen zoon heeft geofferd. Jezus daarentegen is goed, omdat hij zich liet offeren en hier niet tegenin is gegaan. Hij heeft het kwaad bestreden.
Hoppe ziet zijn vader ook een beetje als het kwaad. Hij heeft hem namelijk in het gesticht gestopt. Victors moeder denkt dat de duivel in Victor zit. Hij heeft namelijk vuurrood haar en een gapende wond in zijn gezicht bij de geboorte.
Door te gaan klonen probeert Victor de strijd van God te winnen. Hij wil niet alleen levens redden, maar ook echt levens geven. Aan het eind van het boek kruisigt Victor zichzelf. Hij vindt dat hij kwaad heeft gedaan en denkt dat dit de enige manier is om dit recht te zetten.


Beoordeling
Ik vond de schrijfstijl van Brijs prima. Het taalgebruik is niet lastig. Er worden niet vaak moeilijke woorden gebruikt, waardoor het gemakkelijk te lezen is. De zinnen zijn ook niet uitzonderlijk lang. Het deel waar het vooral over wetenschap staat is iets lastiger. Het is goed te volgen, maar wel iets lastiger. Ik vond dit deel ook een stuk minder interessant dan de andere twee delen.

Dit is een vrij wetenschappelijk deel (Er zitten  niet heel veel van zulke stukken in het boek):
‘Drie maanden later deed Rex Cremer een ontdekking die voor het experiment van Victor Hoppe van groot belang bleek. Uit een schimmel kweekte hij de stof cytochalasine B. Die stof voorkwam dat de eiwitmoleculen die het cytoskelet vormden zich vermeerderden, zodat het cytoplasma rond de celkern zacht bleef. Het gevolg was dat eicellen die met een pipet werden doorgeprikt minder schade zouden oplopen, wat hun overlevingskans aanzienlijk deed stijgen.’ Pagina 276

Vertelperspectief:
Het verhaal wordt vanuit het perspectief van meerdere personen verteld. Vanuit Victor Hoppe, zuster Marthe, Frau Maenhout, Rex Cremer, de vader van Victor, de draagmoeder van de drieling en nog een aantal mensen.  Dat paste goed bij het verhaal.

Ruimte:
Het verhaal speelt zich grotendeels af in Wolfheim. Een klein Duits dorpje dichtbij het drielandenpunt. Het drielandenpunt speelt op meerdere manieren een rol in dit verhaal. Andere delen spelen zich af in Bonn en Aken.


Eindoordeel
Ik vond dit een goed boek. Ik vond het eerste deel gewoon goed. Het tweede deel vond ik iets minder interessant. Het was een beetje langdradig vond ik en ook een stuk minder boeiend dan het eerste deel. Het derde deel vond ik weer heel spannend. Je merkt gewoon dat het een bijzonder einde zal hebben. Victor komt verward over en doet bizarre dingen. Zelf was ik bijna bang dat er verschrikkelijke dingen zouden gebeuren. Het eind vond ik heel goed. De verwijzingen in het boek naar God vond ik origineel en interessant en kon ik erg waarderen. Dat Victor zichzelf kruisigt is bizar, maar dat past ook wel bij dit boek. Er gebeuren wel meer bizarre dingen. Ik vond dit een goed en interessant boek, alleen vond ik het een klein beetje langdradig in het midden.

Dit is een citaat waarin duidelijk wordt dat Hoppe in de war is. Ik kreeg er een beetje een angstig gevoel van, omdat ik aanvoelde dat er iets zou gaan gebeuren:
‘Met grote ogen keek Rex Cremer hem aan, maar de dokter ontweek zijn blik. ‘U komt mij verraden’, herhaalde hij. ‘Straks komt u terug met een grote bende en dan zult u mij verraden.’ Er was geen dreiging in de stem, maar toch voelde Rex zijn angst toenemen. Victor had zich altijd al vreemd gedragen, maar zoals hij daar stond, licht wiebelend, het hoofd gebogen, een hand in de zij gedrukt, de andere hand die klauwende bewegingen maakte, zo had hij hem nog nooit gezien.’ Pagina 471

Een aantal passages vond ik vrij bizar. Sommige waren echt misselijkmakend. Van deze passage kreeg ik wel een beetje de kriebels:
‘’Wilt u het zien? Gelooft u het dan?’ riep Victor. Hij trok zijn hemd nog hoger op. Zijn zij vertoonde een snee van bijna tien centimeter. ‘Wilt u het voelen misschien? Gelooft u het dan?’
Met een breed gebaar bracht Victor een hand naar de wond en stak twee, drie vingers in de snee. Hij trok, nee, scheurde de wond open’ pagina 472

Er werd zeker aan mijn verwachtingen voldaan. Het was inderdaad een beetje een mysterieus boek. Het einde vond ik spannend, zoals ik had verwacht.

Bronnen: